voorkommedischemissers.nl
Checklists
| Antwoord van dr Stam, dir Ned Hartstichting (19/06/2008) |
| Woensdag 03 September 2008 21:34 |
|
Geachte heer Koetsier, Naar aanleiding van uw open brief van 19 juni jl., schrijf ik u het door u gevraagde antwoord. Voor ik echter de kernvraag van uw brief zal beantwoorden, wil ik een aantal onjuistheden in uw brief rechtzetten. In uw brief suggereert u dat de Nederlandse Hartstichting gelieerd is aan de EHBO-verenigingen in Nederland en hen ook een subsidie geeft. Dit is onjuist, want de EHBO-verenigingen leiden op tot een diploma van Het Oranje Kruis en noch deze verenigingen noch Het Oranje Kruis ontvangen subsidie van de Nederlandse Hartstichting. U suggereert ook dat de Hartstichting grote invloed uitoefent op het reanimatieprotocol. Echter, reanimatie- en AED-onderwijs aan burgers wordt gegeven door allerlei instellingen, waaronder EHBO verenigingen, de lokale afdelingen van het Nederlandse Rode Kruis en Reanimatiepartners. Alleen de Reanimatiepartners zijn zelfstandige vrijwilligers die gelieerd zijn aan de Hartstichting. Het onderwijs dat aan al de hiervoor genoemde instellingen gegeven wordt, wordt verzorgd door NRR (Nederlandse Reanimatie Raad) gecertificeerde instructeurs volgens de Reanimatie Richtlijnen van de NRR. In het kader van de niet-reanimerenpenning is de Nederlandse Hartstichting samen met de NRR, de KNMG, Ambulancezorg Nederland (AZN), Sportfondsen Nederland, het Oranje Kruis en de BHV.nl in gesprek met de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). Op 9 juni 2008 heeft er op initiatief van de NVVE een eerste, constructief gesprek plaatsgevonden met deze partijen die allen betrokken zijn bij reanimatie buiten het ziekenhuis. Van dit gesprek zal een verslag verschijnen in het eerstvolgende nummer van het NVVE blad Relevant, dat in augustus verschijnt. Tijdens dit gesprek kwam naar voren dat conform de huidige richtlijnen van AZN, ambulancezorgverleners ook zullen reanimeren indien het slachtoffer een niet-reanimerenpenning draagt. Wanneer een burgerhulpverlener is gestopt met reanimeren vanwege het aantreffen van de niet-reanimerenpenning, is het ambulancepersoneel bij aankomst toch genoodzaakt de reanimatie te hervatten. Een wijziging van deze richtlijn is op wettelijke gronden op dit moment nog niet mogelijk. De NVVE gaat op dit punt politieke/juridische actie ondernemen om de rechtsgeldigheid van de niet-reanimerenpenning wettelijk goed geborgd te kunnen krijgen. Het standpunt van de NRR, het Oranje Kruis en de Nederlandse Hartstichting is daarom nu ook dat niet aan burgerhulpverleners de keus moet worden gelaten om wel of niet met hulpverlening te starten of te stoppen, als het ambulancepersoneel op een later moment in de zogenaamde keten van overleving toch start met reanimeren. Dit zou juist de kans op schade bij overleving doen toenemen. Zodra de richtlijnen van AZN gewijzigd zijn, zal opnieuw worden gekeken naar ons standpunt. Wat betreft de bovengenoemde schade bij overleving wil ik het volgende opmerken. Onderzoek wijst uit dat 80% van de overlevenden niet of nauwelijks cerebrale schade heeft, 10% heeft lichte schade maar functioneert goed en 10% heeft dusdanige schade dat verpleeghuisopname noodzakelijk is. Juist door de inzet van burgerhulpverlening wordt sneller gestart met reanimeren, waardoor de kans op beschadiging verder verlaagd kan worden (want hoe langer gewacht wordt, hoe groter de kans op cerebrale schade). Het is dus beslist niet zo dat de mensen die gereanimeerd worden een grote kans lopen om als kasplant in een verpleeginrichting te eindigen, zoals u stelt in uw inleiding van het stuk Reanimeerdwang. 70-80 % van de hartstilstanden vindt thuis plaats, daar waar naasten omstander zijn. Aan de niet reanimerenwens kan dan door naasten eenvoudig tegemoetgekomen worden. Indien zij niet bellen met 112, en daarmee de keten van overleving niet in gang zetten, zal het slachtoffer niet worden gereanimeerd. Hiermee wordt uitgesloten dat naasten moeite moeten doen om de patiënt te beschermen tegen wat u noemt ‘reanimatiedwang'. Tot slot een opmerking over uw mening dat de Hartstichting de niet-reanimerenpenning onder de aandacht van het grote publiek dient te brengen. Ons inziens is dit primair de taak van de NVVE. De Hartstichting moet net als andere goede doelen, zeer efficiënt en zorgvuldig met de ons toevertrouwde middelen omgaan en zich focussen op haar kerndoel: met daadkracht en passie de strijd aangaan tegen hart- en vaatziekten. In de 6 minuten campagne van het Nationaal Programma Hartstilstand betekent dit de overlevingskans vergroten van de 16.000 mensen die elk jaar buiten het ziekenhuis getroffen worden door een hartstilstand. Graag nodig ik u uit voor een gesprek, indien u meer wilt weten over onze werkwijze en de wetenschappelijk onderbouwde gegevens rond het thema hartstilstand. Hoogachtend, Mijn commentaar: Het standpunt van de hartstichting is dus dat burger-hulpverleners zich niets moeten aantrekken van de wens van een slachtoffer zoals duidelijk gemaakt met een REANIMEER MIJ NIET PENNING OF BADGE OM DE HALS. Dit aldus dr Stam, omdat als daarna de ambulancebroeders komen deze toch altijd gaan reanimeren. Wil je dit voorkomen dan moet je er als naaste voor zorgen dat niemand 112 belt. Dat is thuis goed te doen maar op straat haast niet te realiseren. Dus moet je op straat, als je oude vader of moeder - die koos voor niet reanimeren - in jouw bijzijn een hartstilstand krijgt, fysiek de ambulanceverpleegkundige van je vader of moeder afhouden ?? Dit alles zou dan het gevolg zijn van het feit dat de REANIMEER MIJ NIET PENNING wettelijk niet geborgd is. In wat voor samenleving leven wij? De REANIMEER MIJ NIET PENNING OF BADGE is toch duidelijk? Wat vindt de hartstichting nu echt van deze situatie los van het feit dat de hartstichting niet gaat over ehbo-verenigingen etc en zich afwachtend opstelt vanwege wettelijke zaken en zich verschuilt achter het standpunt van de AZN? De Hartstichting subsidieert dan weliswaar de ehbo-ers niet (excuus voor deze fout mijnerszijds) maar begroot wel 2,5 miljoen euro in 2007 voor de 6-minuten actie en stimuleert daarmee wel deze door velen gewraakte toestand. AZN (Ambulance Zorg Nederland) is de boosdoener en hun standpunt is bepalend? Onderschat de hartstichting haar eigen invloed of spelen belangen van bedrijven waarmee wordt samengewerkt een onzichtbare rol? Er zijn vrijwel geen artsen die de huidige gang van zaken goed vinden voor de mede burger die niet gereanimeerd wil worden. Artsen respecteren immers wel, wettelijk daartoe terecht verplicht, een NIET REANIMEREN VERKLARING. Jannes Koetsier, arts<<Terug |
| LAST_UPDATED2 |